Didactiek

Wat moet ik dan schrijven?

In mijn groep zitten kinderen die niet gemakkelijk tot schrijven komen. Wat heb ik aan Laat maar Lezen bij mijn begeleiding van deze kinderen? Het witte papier kan soms en bij sommige kinderen een blokkade oproepen. ‘Wat moet ik dan schrijven?’ Laat maar Lezen gebruikt tijdens de uitvoeringsfase verschillende middelen en invalshoeken om leerlingen te helpen deze hobbel te ‘nemen’.

-In de voorbereiding: klassikaal brainstormen of mindmappen om allerlei associaties en ideeën te verzamelen en om ‘los te komen’.
-Tijdens de kladfase kan de leerkracht verschillende interventies doen zoals: provoceren, voorzeggen, een voorbeeld geven, vragen stellen.
-Tijdens de feedback-fase maken de leerlingen gebruik van elkaars tips.
In de methode kan je bij ‘de uitvoering’ bij iedere fase tips vinden die jij als leerkracht kunt gebruiken om kinderen te begeleiden bij het schrijven.


In onze taalmethode staan ook schrijfopdrachten. Hoe combineer ik dat met de lessen van Laat maar Lezen?

Je kunt in het team bespreken of je de methodelessen volledig vervangt of een combinatie van de methodelessen en Laat maar Lezen lessen maakt.

 

Welke schrijffasen zijn er?

Laat maar Lezen gaat uit van 5 schrijffasen:
-voorbereiden
-schrijven
-(peer-)feedback
-reviseren
-‘Laat maar lezen’ (presenteren)

Deze fasen zijn een variant op het 3-fasenmodel van Flower en Hayes dat bestaat uit: (1)voorbereiden, (2)schrijven (3)reviseren. Voor de leerling wordt iedere fase aangegeven met passende pictogrammen, de zogenaamde ‘schrijfpicto’s’.

 

Voorbereiding. Welke werkvormen worden door Laat maar Lezen ingezet in de voorbereidingsfae?

In de voorbereidingsfase worden 3 werkvormen ingezet: beschouwing, mondelinge uitwisseling of een brainstorm/mindmap. Bij een ‘beschouwing’ blikt de leerling terug op de introductie en instructie van de leerkracht en/of zoekt hij zelf nieuwe informatie. Bij een mondelinge uitwisseling praten twee of meer kinderen met elkaar over de ideeën en associaties die zij hebben, waarbij zij elkaar inspireren en motiveren. Bij een brainstorm of mindmap worden associaties en ideeën over de schrijfopdracht schriftelijk weergegeven. Dit kan zowel individueel, in een kleine groep of klassikaal plaats vinden.

 

Pictogrammen, een handig hulpmiddel.

Laat maar lezen gebruikt pictogrammen om het zelfstandig werken van de leerling te stimuleren en om wezenlijke onderdelen van (het schrijven van) een tekst in te slijpen. Ook kinderen uit groep 1-2 die nog niet kunnen lezen, kunnen deze pictogrammen gebruiken bij het vertellen en bij het begrijpen van een verhaal. Laat maar Lezen gebruikt 2 soorten pictogrammen: de inhoudelijke verhaalpicto’s en de procesgerichte schrijfpicto’s.

Didactiek
De verhaalpicto’s zijn gebaseerd op de elementen die een belangrijke rol spelen in een verhaal, t.w.:

-Personages: wie?
-Thema, onderwerp: wat?
-Plaats of ruimte: waar?
-Tijd: wanneer?
-Climax of hoogtepunt: trap
Dit laatste pictogram wordt ook gebruikt voor het begrip ‘spanning’.

 


Didactiek
Ook zijn er verhaalpicto’s voor de structuur van een verhaal, t.w.:
-Begin: ‘groen”
-Midden: ‘oranje
-Slot of einde: ‘rood’


 


 


Didactiek
De schrijfpicto’s volgen de 5 verschillende schrijffasen.

Voorbereiding:
-Picto mindmap/brainstorm en
-Picto beschouwing
-Picto mondeling overleg/samenpraten
Schrijven:
-Picto klad
Feedback:
-Picto fb
Reviseren:
-Picto net
Presenteren:
-Picto: laat maar lezen/presentatie

 

Feedback van kinderen aan elkaar. Heeft dat wel zin?

Uit de studie van Mariette Hoogeveen (SLO,2012) blijkt dat leren schrijven met hulp van medeleerlingen (peer response) veelbelovend is. Bron: MeerTaal nr. 3

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012