Didactische tips

Materialen en gereedschappen

Materialen aanschaffen en beheren is voor menig basisschool een steeds terugkerend probleem. Hoe vervelend is het als je een les wil geven, maar het materiaal is net op. Of je hebt thuis een les voorbereid die mooi aansluit bij het thema van de week, maar je collega heeft de gereedschappen niet teruggelegd. Een werkbare situatie bestaat uit duidelijke afspraken over materiaalgebruik, aanschaf en ordening. Het blijkt ook handig te zijn wanneer slechts 1 persoon per school of 1 persoon per bouw verantwoordelijk wordt gemaakt. Natuurlijk kan die taak rouleren. Om de school te helpen bij het opzetten van een goed materiaalsysteem heeft Laat maar Zien de volgende hulpmiddelen ontwikkeld

Keuzelijst
Materialenlijst beeldend onderwijs basis
Materialenlijst algemeen
Voorbeeld afspraken materialen en gereedschappen

 

Omgevingseducatie en beeldend onderwijs

Didactische tips

Wil je de omgeving van de school betrekken in je onderwijs? Een rondje door de wijk levert talloze aanknopingspunten voor beeldend onderwijs in combinatie met een ander vakgebied. Dichtbij de school vind je altijd wel een groenstrook, een vijver, een brug of een park. Bekijk het bestand omgevingseducatie om te zien hoe je alles wat je in de directe omgeving van de school kunt aangrijpen voor mooi onderwijs.

 

Tijd en beeldend onderwijs

De tijd beheren bij een beeldende les is een vak apart. Hoe houd je het tempo erin? En hoe haal je allemaal tegelijkertijd de eindstreep? Maak met onderstaande tips je les optimaal voor elk kind.

Didactische tips

Werkhouding
Een effectieve werkhouding is essentieel. Beeldend werken is geen theekransje: lekker kletsen en ontspannen. Het is hard en geconcentreerd werken, net zoals bij andere vakken. Om die werkhouding duidelijk te maken is het aardig om eens een filmpje te bekijken van een vakman (vrouw) aan het werk. Dan wordt snel duidelijk dat beeldend werken inzet, doorzettingsvermogen en studie vereist.

Tempo verhogen
Kinderen gaan vaak enthousiast aan de slag. De een sneller dan de ander. Leg het werk daarom af en toe stil om een nieuwe stap in het proces aan te kondigen. Dit doe je op het moment waarop de snelste leerlingen dat punt hebben bereikt. Zo worden de langzamere kinderen keer op keer gestimuleerd om verder te gaan.

Houd regelmatig het werk van kinderen omhoog. Hiermee benadruk je mooie vondsten en experimenten, maar je laat ook zien: zo kan het ook. Kinderen raken daardoor opnieuw geïnspireerd.

Allemaal tegelijk klaar
Bedenk vooraf goed hoe je snelle kinderen verder kunt uitdagen en de langzame kinderen op hun eigen niveau kunt aanspreken. Dit kan door het verzwaren of verlichten van de opdracht. Bij een beeldende les doe je dat door meer of minder eisen op het gebied van de beeldaspecten, materialen en technieken te stellen. Veel van de LMZ lessen bieden daarvoor aanknopingspunten.

Maar je kunt ook met een verlengde opdracht de les verzwaren. Enkele opties:

  • Laat de kinderen op hun eigen werk reflecteren (formulier B.O.B).
  • Laat de kinderen hun werk en eventueel dat van anderen fotograferen en opnemen in een digitaal portfolio.
  • Bij sommige lessen moeten er onderdelen gemaakt worden voor meerdere resultaten, zoals een achtergrond of extra onderdelen.
  • Inrichten van een expositieruimte.
  • Schrijven en vormgeven van korte tekstjes als toelichting bij de werkstukken.
  • Opzoeken van meer informatie over het onderwerp.

 

Mooie start van een beeldende les

Voor de introductie van een beeldende les kun je allerlei werkvormen en middelen kiezen: het voorlezen van een verhaal of (prenten)boek, afbeeldingen of voorwerpen bekijken, spel of drama, een av presentatie of kijken in de omgeving van de school.

Maar je kunt kinderen ook op een stille manier met het onderwerp laten kennismaken. Hang of plaatst, zonder aankondiging, een afbeelding of voorwerp in de klas op. De kinderen gaan vanzelf kijken. Ze kunnen bij de afbeelding of het voorwerp allerlei ideeën of associaties krijgen. Echte kijkers zien steeds nieuwe dingen. En dan, na bijvoorbeeld een week, komt eindelijk het moment dat je er samen met de kinderen mee gaat werken.

Didactische tips
Didactische tips

Juf Jacqueline heeft die methode onlangs toegepast met breien. Achter in de klas had ze stiekem een knot wol met twee breinaalden opgehangen. Sommige kinderen kregen meteen zin om aan de slag te gaan. En naarmate de knot wol er langer hing, begonnen ook de kinderen die er aanvankelijk niet zo veel zin in hadden, nieuwsgierig te worden. Uiteindelijk waren de kinderen niet meer te stuiten en werd er zelfs in de pauzes op het schoolplein driftig gebreid.

 

Techniekstappen

Het maken van een beeldend werkstuk bestaat uit opeenvolgende technische handelingen. Bij Laat maar Zien worden die handelingen in duidelijke stappen uitgelegd: in woord en beeld. Projecteer de techniekstappen groot om daarmee je instructie te ondersteunen. Uitgeprint bij de werkende kinderen leggen biedt structuur.

Didactische tips

Techniekvariaties

Een materiaal kan op verschillende manieren worden toegepast. Afbeeldingen van verschillende toepassingen van een materiaal noemen we techniekvariaties. Laat maar Zien heeft twee soorten techniekvariaties.

1. Effectvellen; techniekvariaties voor het platte vlak.

Oliepastel kun je bijvoorbeeld rechtop houden om de punt te gebruiken, maar ook plat op papier leggen om vlakken te kleuren. Je kunt hard of zacht drukken, kleuren mengen, arceren of delen weghalen met iets scherps.

Didactische tips

2. Halffabricaten; techniekvariaties voor ruimtelijke werk.

Ook bij ruimtelijk werk heb je techniekvariaties. Neem bijvoorbeeld het bewerken van papierstroken tot veren. Dit kan op talloze manieren. Knip je smalle of brede stroken papier? Zijn de stroken recht of lopen ze in een punt? Knip je ze recht, scheef, spiraalsgewijs in of rol je ze op? De voorbeelden van verschillende mogelijkheden voor ruimtelijk werk noemen we halffabricaten.

Didactische tips

De techniekvariaties van Laat maar Zien sporen kinderen aan tot het doen van onderzoek. Al experimenterend stellen ze zich de volgende vragen: Wat kun je allemaal met het materiaal? Welke uitwerking past het beste bij wat ik met het beeld wil vertellen?

 

Wat is een digitaal portfolio?

Een digitaal portfolio, ook wel elektronisch portfolio of e-portfolio genoemd, is een verzameling van doelgericht bij elkaar gebrachte elektronische gegevens en documenten (bestanden), die worden beheerd door het lerende kind.

Welke bestanden kan een kind aan een digitaal portfolio toevoegen?
Alle digitale bestanden: tekst- en beeldbestanden maar ook audio- en videofragmenten. Een kind maakt in zijn portfolio een mappenstructuur aan waarin werk van bijvoorbeeld lezen, wereldoriëntatie, muziek en beeldende vorming kan worden opgenomen.

Wat zijn de voordelen van het koppelen van beeldend werk aan een digitaal portfolio?

  • Bewaren van beelden
  • Een digitaal bestand bewaar je eenvoudiger dan een groot schilderwerk.
  • Een groepswerk kan zo door alle kinderen van de groep of klas bewaard worden.
  • Beeldende ontwikkeling
  • Mogelijkheid om de ontwikkeling op beeldend gebied door de jaren heen te zien.
  • Reflectie
  • Mogelijkheid om leerlingen op hun eigen werk te laten reflecteren. In de hogere groepen kan een nabeschouwing ook via een digitaal portfolio.
  • Vitrine
  • Mogelijkheid om het werk aan anderen te tonen: leerlingen van de school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen.

Hoe zorg je voor een goede reflectie op beeldend werk in het digitaal portfolio?

Net zoals bij het beeldende werk, dient ook de reflectie op beeldend werk aan een aantal eisen te voldoen. Zomaar ins Blauwe hinein schrijven, levert niet zoveel op. Het is beter om als leerkracht een kader aan te geven. Laat maar Zien heeft een formulier voor het Beeldend Ontwikkel Portfolio (B.O.P.) ontwikkeld. De B.O.P. geeft richtlijnen voor een goede reflectie op beeldend werk.

Beeldend Ontwikkel Portfolio: download document
Voorbeeld Beeldend Ontwikkel Portfolio: download document

Waar let je op als je een digitaal portfolio wil aanschaffen, waar ook beeldend werk in wordt opgenomen?

Dat alle media opgenomen kunnen worden (tekst, beeld, audio en video).
Dat het portfolio voor meerdere mensen/groepen toegankelijk is (bijv. klas, school, maar ook familie en vrienden van de leerlingen).

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012