De kunst van het afkijken

Veel kunstenaars waren erg goed in ‘afkijken’. Ze waren geobsedeerd door werk van andere kunstenaars en kopieerden het om het op te nemen in hun eigen ‘vocabulaire’. In het onderwijs lijkt de indruk te bestaan dat kinderen ‘dat niet mogen’.

Zo’n beetje elke kunstenaar van formaat heeft ook zijn idolen en heeft geprobeerd in de huid van dat idool te kruipen door het werk na te schilderen/boetseren. Van Gogh was bijvoorbeeld zodanig onder de indruk van het werk van Rembrandt en Delacroix dat hij het tot onderwerp van studie maakte. Zo zien we door de eeuwen heen kunstenaars bij elkaar de kunst afkijken. Picasso, die gezien wordt als een der grootsten, wond er zelf geen doekjes om. Van hem is de tegeltjeswijsheid: ‘Good artists copy, great artists steal!’

Wat doet een kunstenaar als hij de kunst bij een ander afkijkt? Ingo Walther verwoordt het mooi in zijn overzicht over Van Gogh: ‘Hij ontdekte het werk van anderen, bestudeerde en analyseerde het. Daarna nam hij het in zich op, assimileerde het, om het vervolgens te herscheppen.’

De kunst van het afkijken
De kunst van het afkijken

Toch lijkt het een ‘zonde’ als je in het onderwijs roept dat er meer moet worden ‘afgekeken’. In de didactiek van beeldend onderwijs noemen we het beeldbeschouwing. Met de kinderen gaat de leerkracht expliciet in op ‘wat er te zien is’. ‘Belevend’ kijken verandert dan in ‘analytisch’ kijken. ‘Wat spreekt mij hier aan? En waardoor komt dat? Hoe kan ik daarmee ook iets uitdrukken?’ Deze benadering geeft kinderen een blauwdruk om die benadering tijdens beeldend werken ook in hun eigen werk toe te passen.

Staat dat dan niet haakt op ‘aansluiten bij de belevingswereld’ en ‘authenticiteit’? De belevingswereld wordt helaas vaak te eng opgevat. Men denkt daarbij aan de fysieke omgeving van het kind, de school, de buurt etc. Maar kinderen laten zich graag meevoeren naar alle mogelijke uithoeken van het bestaan. In hun fantasie is geen wereld ze te ver, als er maar wat te zien en te beleven valt. Daarmee wordt de belevingswereld oneindig groot.
   ‘Authenticiteit’ kreeg vooral weer aandacht door het nieuwe leren. Echtheid of oorspronkelijkheid in de ontwikkeling van kinderen door hun manier van leren. Als je die ontwikkeling op de voet volgt, zie je dat assimilatie een zeer authentieke trek in de kinderlijke ontwikkeling is, zolang het kind maar aan het roer staat en niet slechts een uitvoerder van een vooraf bepaald plan .

Van Gogh verstond de kunst van het afkijken. Hij kon de inzichten die hij opdeed naar zijn hand zetten. Kinderen kunnen diezelfde stappen maken die Vincent doorliep: ontdekken, analyseren, assimileren en herscheppen. Door een goede introductie is het mogelijk kinderen mee te nemen op ontdekkingstocht. Dat betekent niet dat je ze onvoorbereid de bush instuurt. Kinderen vinden het heerlijk om meegenomen te worden door beelden; inspirerende afbeeldingen. Ze ontdekken daarmee de kracht van het ‘zichtbaar maken’. Ze leren door te analyseren welke visuele informatie belangrijk is. Daardoor kunnen ze het in hun eigen werk opnemen en met de juiste instructies herscheppen. Hun werk getuigt dan van het nieuwe inzicht dat ze hebben opgedaan. Feitelijk doen ze dat dus volgens de didactiek van Laat maar Zien. Gaandeweg ontwikkelen ze ‘de kunst van het afkijken!’

Sonja Nanov

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012