De reis en de bestemming

Reizen is een uitstekende metafoor voor kunstzinnige activiteiten. Om dat het om creatieve vorming gaat, kiezen we het liefst een reis waarbij wat te ontdekken valt. Bij beeldend vormgeven, muziek, dans en drama zijn leerkrachten en kinderen bezig iets te creëren. Vaak zijn ze zo gericht op de bestemming, het eindproduct van hun creatieve inspanning, dat het proces als een ‘lastige reis’ wordt ervaren.

Afgelopen voorjaar is het nieuwe Leerplankader voor Kunstzinnige Oriëntatie gepresenteerd. Het moet scholen/leerkrachten houvast bieden bij het opzetten van leerlijnen met kwaliteit. Met dit Leerplankader hoopt men het zetje te geven waar scholen met de Kerndoelen en Tule nog niet tot concrete plannen kwamen. De term Kunstzinnige Oriëntatie uit de Kerndoelen is gehandhaafd om verder begripsverwarring (cultuureducatie) te voorkomen.

Wat zijn de nieuwe speerpunten van dit leerplankader? In grote lijnen zijn dat er twee: de vaardigheden van de 21ste eeuw (‘skills’) en daaruit voortkomend nadruk op de kwaliteit van het creatieve proces. Om te kunnen participeren in de huidige en toekomstige kennissamenleving moet het onderwijs werk maken van creativiteit, kritisch denken, probleem oplossen, communiceren, samenwerken, digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden en zelfregulering van kinderen. Het leerplankader laat zien hoe deze vaardigheden inherent zijn aan het goed doorlopen van een creatief proces.

Het Leerplankader is opgebouwd uit competentiebeschrijvingen voor de kunstzinnige vakken: beeldend, muziek, dans en drama. Die competenties zijn geënt op deelaspecten uit het creatieve proces: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren. 

De reis en de bestemming
De reis en de bestemming

Links: cirkelmodel Leeplankader (SLO 2014)
Rechts: 
cirkelmodel van Laat maar zien (Lmz 2013)

Deze competenties zeggen iets over opbouw en niveau van wat een leerling aan kennis, vaardigheden en attitudes moet kunnen verwerven. De competenties voor beeldend onderwijs zijn geënt op de componenten uit het cirkelmodel van Laat maar zien.

Een voorbeeld voor groep 3 en 4:
Oriënteren: de leerling kan zich met zintuigen en verbeelding openstellen voor beeldende vormgeving en kunst binnen een thema/onderwerp dat aansluit bij zijn belevingswereld. Hij kan in een beschouwingsgesprek de betekenis die hij aan beelden geeft onderzoeken aan de hand van voorstelling en vormgeving.

Voor groep 7 en 8 wordt steviger ingezet:
Onderzoeken: de leerling kan zelfstandig bronnenonderzoek doen en aspecten van wereldoriëntatie, beeldende vormgeving en kunst gebruikten als inspiratiebron voor beeldend werk. De leerling kan experimenteren met de samenhang tussen onderwerp, beeldaspecten, materialen en technieken en verschillende mogelijkheden uitproberen. De leerling kan zelfstandig onderzoeken op welke manier hij de beeldende opdracht kan uitvoeren en daarvoor een plan maken, individueel of samen met anderen. Hij kan daarbij rekening houden met de criteria van de opdracht en eigen criteria.

Je kunt je voorstellen dat dit nastrevenswaardig is. Echter moet de vraag gesteld worden naar de haalbaarheid. Om de reismetafoor door te trekken, heeft het leerplankader al gauw iets weg van een ‘fata morgana’. Er worden ideaal typische situaties voorgespiegeld die in de praktijk nauwelijks haalbaar zijn. Stel je voor:  28 kinderen op vrijdagmiddag die in tweetallen op bovengenoemde wijze aan de slag willen: krijgt u iets voor ogen?

De geschetste uitwerking vraagt dermate veel van school, leeromgeving, leerkracht en kinderen dat aan het realiteitsgehalte mag worden getwijfeld. Op de meeste basisscholen heeft men een krap uur tussendoor de tijd om beeldend te werken. Leerkrachten en kinderen willen niets liever dan die tijd gebruiken om meteen aan de slag te gaan. Juf of meester stippelt met behulp van het digibord de richting uit waarbinnen voor de kinderen de creatieve ontdekkingsreis begint, inclusief de vaardigheden van de 21ste eeuw. De leerkracht daagt ze uit: ‘Laat maar Zien!’ 

Sonja Nanov

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012