Fijn, aan de lijn!

Fijn, aan de lijn!
De overheid heeft er de afgelopen jaren van alles aan gedaan om dit vakgebied enigszins op orde te krijgen. Zo is er op elke school een cultuur coördinator aangesteld, wordt buitenschools aanbod meer op scholen afgestemd, is er een budget van ongeveer €11,00 per leerling beschikbaar en zijn er vele raamleerplannen ontwikkeld. Toch blijkt het voorlopig een zorgenkindje, en dat is niet verwonderlijk.

In tegenstelling tot de andere vakken wil de overheid dat elke school een eigen aanpak ontwikkelt. De basisschool maakt een unieke leerlijn die recht moet doen aan de eigen visie en gebruikmaakt van de culturele omgeving. Dat lijkt aardig, maar in de praktijk blijkt het een enorme hobbel te zijn die door verreweg de meeste scholen niet te nemen is. Daardoor blijft het hele domein van kunstzinnige oriëntatie op de meeste scholen alsnog onderbelicht.

Toch is het maken van een leerlijn voor dit leergebied veel minder ingewikkeld dan het eruit ziet. De belangrijkste vereiste is namelijk dat je als leerkracht gewoon in kaart brengt wat je doet op dit gebied. Je kunt in eerste instantie volstaan met een korte notitie van een activiteit bij een weeknummer. Om niet al te grote gaten te krijgen, moet je op zoek naar activiteiten. Die kun je traditioneel uit methodes halen, maar ook uit andere bronnen, zoals van collega’s, buitenschoolse aanbieders en internet. Aan het eind van het schooljaar kun je dat lijstje met de kinderen meegeven naar jouw collega die er vervolgens op kan doorbouwen. Zo ziet de leerlijn kunstzinnige oriëntatie spontaan het licht. 

Als je daarmee begint, ontdek je dat je er ook anders naar gaat kijken. Je licht de activiteit meteen al door op kwaliteit: waarom doe ik dit eigenlijk met de kinderen? Je bespreekt het tijdens de pauze met je collega’s en hebt het over het effect ervan op termijn. Je kijkt met andere ogen naar wat kinderen kunnen en weten als ze in augustus bij je binnenkomen. Wellicht zou je het prettig vinden om zo’n lijstje van de leerkracht uit de vorige groep te hebben. Pas dan wordt het concreet en zinvol om met elkaar hoofdlijnen af te spreken. Het is een veel natuurlijker ontstaan van een leerlijn dan dat je samen een abstract schema gaat zitten invullen.

En dan nog iets: het jaar daarop kun je het best de activiteiten die je bevielen herhalen. Je bent wat ervaringen rijker en kunt jouw aanbod verbeteren. Je zult zelfs je andere leeractiviteiten erop af gaan stemmen en daardoor de samenhang vergroten.

De stichting Beeldend Onderwijs heeft een ‘tool’ ontwikkeld die leerkrachten helpt bij het opzetten van zo’n natuurlijke leerlijn. In schooljaar 2014-2015 zullen scholen met een Laat maar Zien abonnement de voordelen ervan ervaren. Fijn aan de lijn dus!

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012