Geef er een ‘draai’ aan!

Geef er een ‘draai’ aan!
Wat is de kern van het thema?
Het thema voor dit jaar is eigenlijk tweeledig: ‘Opa en oma, voor altijd jong!’ Je kunt er over twisten of de toevoeging nu noodzakelijk is, in de trant van: mogen opa en oma ook niet gewoon ‘lekker oud’ zijn. Dat is beeldend wel zo boeiend en misschien nog wel leuker als je ouders al zo hun best doen om jong te blijven. Kennelijk is de ‘eeuwige jeugd’ voor schrijvers van kinderboeken een inspirerend gegeven (hoewel ik helaas nog geen uitgave heb gevonden over plastische gezichts- of lichaamscorrecties van grootouders.

Het thema impliceert dus eigenlijk dat opa en oma in een dynamisch keurslijf worden gedwongen. Het biedt leerkrachten een prachtige gelegenheid om met kinderen te filosoferen over de voor- en nadelen van ouder worden. Wellicht is er niets heerlijker voor een kind dan een grootouder waar je lekker bij kunt zitten. Een oma of opa die alle tijd en aandacht voor je heeft om lekker samen te praten, spelen, tekenen, knutselen of lezen. Het slecht ter been zijn helpt grootouders daarbij wellicht een handje. En wat is er spannender dan een ‘joyride’ bij  opa of oma op de ‘scootmobiel’. Tot slot kun je voor inspiratie altijd terecht bij het tijdloze liedje van Annie M. G. Schmidt uit de serie ‘Ja zuster, nee zuster!’: ‘M’n Opa’  (https://www.youtube.com/watch?v=FW9iBEwXjAQ )

Geef er een ‘draai’ aan!
Hoe kun je dat aanpakken?
De beeldende activiteiten van Laat maar Zien zijn gebouwd vanuit het cirkelmodel als vertrekpunt voor de procesgerichte didactiek. Kinderen geven op een eigen manier betekenis aan het thema door materiaal van vorm te veranderen. Tijdens de les gaat de aandacht eerst uit naar de verkenning van het thema; op zoek naar betekenis voor elk kind. 
Je doet dat door er met de kinderen over te filosoferen en te associëren (Waar doet het jou allemaal aan denken?) Plaatjes helpen daar niet alleen bij maar zijn ook een belangrijke ‘brug’ naar de vorm (beeldaspecten): Hoe kan dat eruitzien? Om die gedachten en ideeën te kunnen vormgeven kan er gekeken worden naar de mogelijkheden die het materiaal biedt. Het  kind onderzoekt daarna op welke wijze hij/zij het onderwerp op eigen manier vorm, dus betekenis kan geven.

Als je dat als leerkracht doorziet, is het niet zo moeilijk om een bestaande les ‘een draai’ te geven in de richting van een ander onderwerp/thema, en de informatie over vorm enigszins aan te passen. Extra afbeeldingen kun je, samen met de kinderen, zoeken en selecteren op Google. Voor het materiaalgebruik kun je dicht bij de oorspronkelijke lesbeschrijving blijven, inclusief de techniekstappen die de handelingen uitleggen. Die ‘transformatie’ is voor kinderen ook erg leerzaam: de toepassing van kennis en inzichten  in een andere context.

Geef er een ‘draai’ aan!
Een selectie met voorbeelden voor de Kinderboekenweek van dit jaar
Als je met de ‘themabril’ door het lesaanbod van Laat maar Zien scrolt, kom je tal van lessen tegen die in aanmerking komen voor deze transformatie. Kapstokken kunnen zijn: de specifieke grootouder-kind relatie en het verschijnsel verouderen maar zoals de toevoeging ‘Voor altijd jong’ bepleit staat alles wat die gekke opa en oma nog allemaal kunnen met stip op 1.

Het thema van het kinderboek dat door de leerkracht wordt gekozen helpt altijd een handje bij de interpretatie. Voor de kleuters wordt het boek ‘Met opa in het donker’ (Boonen en Meijer) leuk vertaald naar activiteiten met houtskool zoals beschreven in de les ‘Spookje zwart, spookje wit waarin licht en donker centraal staan.

Verder lenen de volgende lessen voor groep 1 en 2 zich uitstekend voor transformatie:

  • Dans maar mee! (dansen met je opa/oma)
  • Jong of oud? (het gezicht van opa/oma van dichtbij)
  • Kabouter pop-up (buitenspelen met opa/oma)
  • Koning Donderwolk (opa/oma vrolijk of bedroefd)

Voor groep 3 en 4 selecteren we de volgende lessen:

  • Stuntelaar of acrobaat? (Opa/oma op bijvoorbeeld skate- of waveboard)
  • Een vreemde wedstrijd (Welk wedstrijdje zou jij met opa of oma willen doen?)
  • Haak maar in (|Dansen met opa of oma)
  • Ras, ras door de plas (Met opa/oma door de plas)

In groep 5 en 6 kun je aan de slag met:

  • Duifjes voeren (Samen met opa/oma)
  • Opa in beweging (In het kader van het boek ‘Pas op Opa!’)
  • Met je boekje in je hoekje (Samen met opa/oma)
  • Uit je dak, uit je vel (Opa/oma zijn emotioneel)
  • Stamboom (Hoe zit de familie van opa en oma in elkaar?)
  • Windje tegen, windje mee (Opa en oma op hun elektrische fiets, en wij maar zwoegen)

Lessen voor groep 7 en 8 geschikt voor het thema:

  • Aan de waterkant (Vissen, varen, zwemmen met opa en/of oma)
  • Hoofdschotel (Portret met aandacht voor textuur van het verouderende gezicht)
  • Op de troon (Opa’s of oma’s lievelingsstoel en houding)
  • Vader aan de lijn (Opa en oma aan de lijn doen, trekpop)
  • Vorstelijk humeur (Houtskoolportret van opa/oma)

Enfin, er is eigenlijk keuze te over. Betrek de kinderen vooral in de aanloop; het nadenken en associëren over en verzamelen van foto’s van thuis of in google afbeeldingen.

P.S. Vergeet niet de resultaten van de kinderen te fotograferen en te mailen naar: redactie@laatmaarleren.nl

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012