Ik maak dus ik ben

Ik maak dus ik ben
Veel kinderen groeien op in een volledig gedigitaliseerde wereld. Van jongs af aan zijn ze thuis op de computer, begeven zich op internet, spelen op hun tablet en communiceren met hun ouders middels hun smart-phone. Dat is mooi, als je toch weet dat je toekomst er ook behoorlijk virtueel uit zal zien. Of mag je daar, uit hoofde van de ‘vorming’ van kinderen, ook een vraagteken bij plaatsen?

Nergens word je zo duidelijk geconfronteerd met de leemte tussen de ‘virtuele’ uitdaging, de opdracht, en de materiele verwerking, dan bij beeldend onderwijs. Een gat dat steeds groter lijkt te worden. Het doel van beeldend onderwijs is kinderen in staat te stellen een authentieke samenhang aan te brengen tussen materie, vorm en betekenis. Materiaal, wat vroeger voor menig kind de inspiratie voor alle vormgeving was, blijkt steeds meer een valkuil te worden.

De technologie heeft het aanzien van de leraar voor de klas behoorlijk veranderd. De klassieke onderwijzer had alleen zijn schoolbord, een krijtje en als je geluk had een set wandplaten om kinderen wegwijs te maken in de wereld. Vandaag de dag is dat vervangen door een digibord waar de meest prachtige presentaties op tevoorschijn worden getoverd. Waar de onderwijzer een halve eeuw geleden kinderen nog kon verrukken met een bordtekening worden kinderen nu bijna dagelijks bestookt met inspirerende beelden en virtuele animaties. Ook voor beeldend onderwijs en cultuureducatie maken we graag gebruik van de mogelijkheden kinderen ook echt beeldend te informeren en instrueren. Nu lijken kinderen vandaag de dag in een vacuüm terecht te komen wanneer er van hen fysieke handelingen worden gevraagd in de wereld van de materie.

Die gedachte kwam bij me op toen ik laatst een les volgde bij groep 7 op de basisschool. Nadat de leerkracht de prachtige mogelijkheden van het digibord had gebruikt om de kinderen optimaal te instrueren, viel er na de laatste instructie een stilte. Overdrachtelijk natuurlijk, omdat op dat moment het materiaal verdeeld werd en materiaalbeleving zoals gewoonlijk tot opwinding leidde. Maar daarna moest de focus op het creatieve proces worden gericht. Dan zie je dat bij heel veel kinderen een essentieel vertrouwen in hun eigen handelen ontbreekt. Daarmee bedoel ik niet zomaar een gebrek aan ‘handigheid’. Het is eerder het vertrouwen om lering te trekken uit de eigen basale handelingen. Antwoorden durven zoeken op de vraag: Wat gebeurt er als ik dit doe, en wat als ik het zo doe?

Het is de vraag of dit altijd al zo is geweest, of dat dit het gevolg is van de (leer)omgeving waarin kinderen van vandaag opgroeien. Ze zijn steeds handiger geworden waar het gaat om het bedienen van hun apparaten en weten de reeksen handelingen daarop feilloos te kunnen uitvoeren. Wat gaat er dan mis als het medium van aardse materie is?

Ik maak dus ik ben
Een jongen van 10 knipt een gevouwen stuk papier in om een pop-up-kaart te maken. Ondanks de waarschuwing van de leerkracht om ‘tot’ de vouw te knippen, knipt de jongen er doorheen. De leerkracht legt het nog eens uit, maar het gebeurt opnieuw. Laat het de jongen dan zelf voortekenen om het probleem te doorgronden. Ook dan valt het papier weer in stukken uiteen. Na 7 pogingen lukt het de jongen en krijgt hij van de leerkracht een pluim voor zijn doorzettingsvermogen.

Natuurlijk betekent het niet dat we terug moeten naar vroeger. Maar het is wel goed om in dit opzicht een pas op de plaats te maken. Leerkrachten en ouders zouden de fysieke ‘omgang met materie’ opnieuw op waarde moeten schatten. Het is geweldig om te zien hoe jonge kinderen genieten van de mogelijkheden met materialen. Te ervaren dat ze er eigen ‘beelden’ mee kunnen maken, een spoor van hun ‘zijn’ kunnen vormgeven: ‘ik maak dus ik ben’. Die essentiële ervaring mag je kinderen niet onthouden, hoe virtueel hun toekomst ook worden mag! 

Sonja Nanov

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012