Naar de knoppen

Helemaal hip in onderwijsland: creativiteit! Evenals in de jaren ’70, toen als gevolg van de Hippie-cultuur, gaan veel publicatie vandaag de dag over dit fenomeen. De nieuwe context heet ‘twentyfirst century skills’. Omdat kinderen zich later moeten zien te redden in een steeds sneller veranderende samenleving, zouden ze gebaat zijn bij een goed ontwikkeld ‘creatief vermogen’. Het een en ander wordt uiterst aantrekkelijk neergezet door de fantastische performer professor Ken Robinson bij TED. Met een lach om de mond is men geneigd om makkelijk in zijn uitzonderlijk humoristische uiteenzetting, ‘school kills ceativity’ mee te gaan. 

“Zie je wel”, is natuurlijk de eerste reactie van de crealobby, “dat hebben wij ook altijd al beweerd!” Direct worden nieuwe geledingen in stelling gebracht. Men heeft weer een stok om de onwillige onderwijspraktijk te leren dat ‘crea moet!’ Als hyena’s om een kadaver melden zich belangenorganisaties en wordt gezwaaid met slordig onderbouwde, wetenschappelijk getinte artikeltjes. Zij beweren de helpende hand te zijn in deze mankerende situatie op de scholen. Aan de andere kant zien leraren met angst om het hart voorbeelden van besmeurde kinderen die in een poel verf hun creativiteit moeten zien te ontwikkelen: ‘Nee hè, we gaan toch niet terug naar de Vrije Expressie?!’

Naar de knoppen

Dat is inderdaad niet te hopen. Gezien de enorme omvang van de groep kunstenaars die niet in eigen onderhoud kan voorzien en dat ook in de 21ste century niet zal kunnen, is het de vraag of het zo geprezen kunstenaarschap niet eerder een schrikbeeld dan een voorbeeld voor creatief aanpassingsvermogen is. Belangrijker is je af te vragen wat de uitspraken van Robinson eigenlijk zeggen. Is het onderwijs echt de boosdoener? Hoort het verminderen van creatief vermogen niet bij de kinderlijke ontwikkeling waarin het wilde associatieve denken wordt omgevormd tot een smallere logica in denken? Het is al sinds jaar en dag duidelijk dat ons ‘opbrengstgerichte’ en toetsgerichte onderwijs, bepaald niet voorziet in de rijke vorming van persoonlijkheden. Authenticiteit en creativiteit zouden daarin een prominentere plaats verdienen. 

Het is hoe-dan-ook noodzakelijk dat men het creatieve en authentieke aspect van onderwijs transparant maakt. Je zult kinderen moeten leren een zekere analyse toe te passen bij het uitvoeren van activiteiten (metacognitie). Dat klinkt droog, maar het is inspirerend om te zien wat er gebeurt als kinderen ‘doorhebben’ hoe je kunt variëren. Als ze weten waar de knoppen zitten die inspirerende alternatieven opleveren. Voorbeeld: als je kinderen variaties op een melodie wilt leren maken, is het goed hen te laten inzien welke noten je beter kunt weglaten uit de toonlader. Of, als je kinderen een griezelige tekening wilt laten maken, je beter kunt werken van het donker naar licht met houtskool en kneedgom. Met techniek is het niet wezenlijk anders. Als je ze een stroomcircuitje of bewegende constructie laat ontwerpen. De analyse van een probleem en de aandacht voor de zoekprocessen bepalen de kwaliteit van het onderwijs. Het gaat er steeds om dat kinderen begrijpen waar de knoppen zitten.

In een creatieve onderwijssituatie worden kinderen uitgedaagd, niet het moeras ingestuurd. De leraar formuleert die uitdaging maar leert kinderen ook met de vraagstelling te ‘spelen’. Het is een mix van analyseren, filosoferen en reflecteren. Analyse heeft betrekking op de vakinhoudelijke aspecten, filosofie trekt die naar het bredere inzicht en de reflectie legt de relatie met de individuele ervaring. Zo helpt hij kinderen varieren. Ze krijgen zo zicht op de nieuwe mogelijkheden, zowel binnen als buiten zichzelf. De leraar leert ze op een zoekende houding aan waarbij logica en creativiteit hand in had gaan. Door de drie niveaus in de gaten te houden, voorkomt een leerkracht dat alleen de getalenteerde leerlingen zich ontwikkelen binnen een spedifieke discipline. Dit laatste is zeer schadelijk voor de rest van de kinderen, die teleurgesteld en zelfs getraumatiseerd uit deze ‘te open’ onderwijssituatie komen. Vandaar dat het motto voor creativiteitsonderwijs luidt: ‘Help ze naar de knoppen!’

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012