FAQ’s

Als beheerder van het abonnement kun je alle gegevens inzien en aanpassen. Log in op onze website en klik op het pijljte naast je naam. Klik vervolgens op accountbeheer. Hier kun je:
-Wachtwoord wijzigen
-Accountinformatie inzien en aanpassen 
(bijvoorbeeld een factuuradres veranderen of een abonnement uitbreiden)
-Sub-accounts aanmaken of verwijderen
(bijvoorbeeld een account voor een nieuwe collega toevoegen)
-Facturen inzien

Volg onderstaande stappen:
1. De beheerder of contactpersoon logt in, klikt op zijn/haar naam en gaat naar 'accountbeheer'.
2. Ga naar 'accountinformatie' en klik bij abonnement op 'wijzigen'.
3. Je kunt nu het gewenste product 'aan' of 'uit' zetten.
4. Doorloop de velden.
5. Na het aanvinken van de algemene voorwaarden ontvang je een orderbevestiging en evt. een factuur.

Een product of abonnement dat je nieuw aanschaft wordt meteen geactiveerd.
Een product of abonnement dat je opzegt, wordt verwerkt voor het volgende schooljaar.
Tussentijds opzeggen kan, maar het abonnement loopt altijd door tot het einde van de abonnementsperiode.

Je kunt alleen als beheerder sub-accounts voor je collega's aanmaken. Dat gaat zo:

1. Log in op de website.
2. Klik op je naam en vervolgens op 'accountbeheer'.
3. Klik op 'beheer sub-accounts' en vervolgens 'aanmaken sub-account'.
4. Vul de voor- en achternaam van je collega in.
5. Vul het eerste deel (alles voor @) van het e-mail adres van je collega in. De rest wordt automatisch aangevuld.
6. Klik op 'aanmaken'.

Je collega heeft een e-mail ontvangen met daarin de persoonlijke inloggegevens. De e-mail kan ook in de Spambox terecht gekomen zijn.

Jouw school of instelling heeft op dit moment geen toegang tot (een deel van) de methode. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn:
- je hebt geen abonnement afgesloten
- je hebt geen abonnement voor dat deel van de methode afgesloten

Ben je van mening dat je wel een abonnement hebt afgesloten, meld het probleem dan via het contactformulier.

Je hebt een onjuist gebruikersnaam ingevoerd. De gebruikersnaam is altijd het persoonlijke e-mail adres bij je school of instelling. Weet je zeker dat je de juiste gebruikersnaam hebt ingevoerd? Meld je probleem via het contactformulier.

Je hebt niet het juiste wachtwoord ingetypt. check of je het juist wachtwoord hebt ingevoerd. U kunt ook een nieuw wachtwoord aanvragen via de 'wachtwoord vergeten functie'. 

Ga naar 'login' en klik op 'wachtwoord vergeten'. Voer je gebruikersnaam in. Dat is je persoonlijke e-mail adres op je school of instituut. Het nieuwe wachtwoord wordt automatisch gegenereerd en per e-mail verstuurd. Je kunt dit, nadat je bent ingelogd, meteen wijzigen bij 'accountbeheer'. Check je Spambox wanneer je geen nieuwe inloggegevens ontvangen hebt.

Om misbruik tegen te gaan wordt bij hogescholen het wachtwoord gedurende het abonnement regelmatig gewijzigd. Het intituut is verantwoordelijk om de wijziging van het wachtworod kenbaar te maken aan alle gebruikers binnen het instituut. Heb je problemen met de toegang? Neem contact op met de redactie.

Nadat je het abonnement hebt afgesloten, ontvang je vrijwel direct de inloggegevens op het opgegeven e-mail adres.  De factuur ontvang je een dag later. Als je deze niet ontvangen hebt kun je twee dingen doen:

1. Kijk of de e-mails in je Spambox zitten (geef daarna meteen aan dat de afzender veilig is).
2. Controleer of het e-mailadres van de contactpersoon wel juist opgegeven is. Is dat niet het geval? Stuur dan direct een e-mail naar de administratie en vermeld daarin de naam van de school en het juiste e-mail adres van de contactpersoon.
 

Het abonnement loopt per schooljaar en wordt automatisch verlengd. Als je het abonnement wilt beëindigen dan moet de beheerder dit vóór 1 juli aangeven via accountbeheer. Dat gaat zo:

1. Log in als contactpersoon/beheerder. Klik op je naam en vervolgens op 'accountbeheer'.
2. Ga naar 'abonnement wijzigen' en scroll naar beneden. Daar staat de optie 'abonnement opzeggen'.

Let op: je zegt daarmee het gehele abonnement op inclusief de eventueel aangeschafte tool Mijn Leerlijn. De gegevens van leerlijnen zijn daarna niet meer beschikbaar.

Wil je alleen een product bij Laat maar Leren beeindigen? Ga dan in het accountbeheer naar 'abonnement wijzigen'.

De oude beheerder maakt, indien dit nog niet gebeurd was, een sub-account aan voor de nieuwe beheerder. Stuur daarna een e-mail naar de administratie. Vermeld daarin naam en e-mail adres van de nieuwe beheerder. Wij zorgen ervoor dat de beheerfunctie wordt omgezet.

Als de oude beheerder al weg is of het is niet meer bekend wie dat was, stuur dan een e-mail naar administratie met de naam van de school en het e-mail adres en de naam van de gewenste beheerder.

De beheerder of contactpersoon kan zelf de gegevens wijzigen.

1. Log in en klik op je naam.
2. Klik op 'accountbeheer'.
3. Ga naar 'accountinformatie'. Daar kun je alle gegevens terugvinden en, indien gewenst, met de groene knop wijzigen.

Je kunt het leerlingaantal van de school het hele jaar aanpassen via 'accountinformatie'. De aangepaste gegevens worden altijd per 1 augustus bij DUO gecontroleerd en gelden voor de volgende schoolperiode.

Heb je geen factuur ontvangen of heb je een vraag over de inhoud van de factuur? Stuur een e-mail met naam van de school en naam van de beheerder/contactpersoon naar de administratie.

Indien je een abonnement voor meer dan twee scholen tegelijk wilt afsluiten, dan kom je in aanmerkingen voor de zogenaamde stichtingskorting. Het kortingspercentage is afhankelijk van het aantal deelnemende scholen en kan flink oplopen.

Stuur een e-mail naar de administratie met daarin het aantal scholen dat tegelijk het abonnement wil afsluiten dan kunnen wij je een het kortingspercentage en de bijbehorende kortingscode toesturen.

De voorwaarde is wel dat alle scholen hetzelfde factuur-e-mail adres hanteren waarnaar de facturen per e-mail verzonden kunnen worden.

Op een afgesloten abonnement gelden de algemene voorwaarden.

Cultuureducatie is een verzamelnaam voor kunst-, erfgoed- en mediaeducatie. De methode bevat lessen op alle drie de gebieden. U kunt die specifieke lessen vinden door naar de selecties te gaan en te selecteren op kunst en cultuur voor kunsteducatie of op geschiedenis voor erfgoededucatie. U kunt ook via de zoekfunctie lessen vinden die met digitale media te maken hebben.

Ja, voor alle groepen zijn er kunstlessen. Deze lessen kan je vinden via de selecties. Selecteer op kunst en cultuur. In de overzichtslijsten per groep kan je ook eenvoudig zien of een les op het werk van een kunstenaar gebaseerd is. Er staat dan achter de titel van de les een naam tussen haakjes.
Laat maar Zien biedt ook een vaste leerlijn Kunst en Cultuur aan. Kijk voor een overzicht bij leerlijnen.

Ja, een leerlijn is een vast programma. De lessen blijven hetzelfde. Je kunt wel zelf lessen vervangen voor een les uit het algemene lesaanbod.

Om de school te helpen bij het opzetten van een goed materiaalsysteem heeft de Stichting Beeldend Onderwijs de volgende hulpmiddelen ontwikkeld:
Keuzelijst
Materialenlijst
Voorbeeld afspraken materialen en gereedschappen

Heb je een les gegeven en is het goed of minder goed verlopen? Heb je onduidelijkheden gelezen in de beschrijvingen van de lessen? Breng ons dan op de hoogte van je ervaringen zodat wij de beschrijving kunnen verbeteren. Maak hiervoor gebruik van de e-mailfunctie op deze site onder de knop: contact. Vermeld expliciet om welke les het gaat, wat je ervaring is en wat je graag aangepast zou zien. Bedankt voor je reactie.http://beeldendonderwijs.eecmspreview.nl/index.php/cursus/cursus

In een combinatiegroep (bijvoorbeeld 5-6) gebruik je het ene jaar de lessen van groep 5 en het volgende jaar de lessen van groep 6.

Ja dat kan. De stichting Beeldend Onderwijs kan op locatie toelichting en training geven over het gebruik van ‘Laat maar Zien’. Bij het item cursussen lees je hierover meer.

Jazeker, alle lesbeschrijvingen zijn te downloaden en te printen. Met de geprinte lesbeschrijving kunt u klassikaal of aan een groepje leerlingen lesgeven. Maar het is ook mogelijk een klein groepje te instrueren met een computer.

Goed lijmwerk begint met de keuze van het juiste product.

In de lessen van Laat maar Zien worden 4 lijmen veel gebruikt:
 

1. Vloeibare knutsellijm: witte lijm opgelost in water
Geschikt voor: het jonge kind
Toepassing: verlijmen van papier, karton, textiel, hout
Goed merk: Heutink interlijm
Tip: Grote potten aanschaffen om kleine potjes met kwast mee te vullen.

 

2. Vloeibare hobbylijm: transparante lijm zowel met oplosmiddelen als water gedragen
Geschikt voor: het oude kind
Toepassing: verlijmen van papier, karton, hout, textiel en plastics
Goed merk: Jaarsma universeellijm
Tip: Gebruik hobbylijm mét oplosmiddel: droogt sneller en het papier of karton bolt bij verwerking niet op.

 

3. Plakstift: lijm in vaste vorm met oplosmiddel
Geschikt voor: jonge en oude kind
Toepassing: verlijmen van papier en karton
Goed merk: Pritt
Tip: Plakstift moet voorzichtig worden aangebracht op papier omdat het zo kleverig is dat het papier kan scheuren. Voordeel is dat het ook door jonge kinderen kan worden gebruikt. De kleefkracht is groter en het papier bolt minder op dan bij de vloeibare knutsellijm.


4. Kleefpasta: behangerslijm
Geschikt voor: jonge en oude kind
Toepassing: papier-maché
Goed merk: alle merken zijn goed bruikbaar
Tip: Meng grote hoeveelheid aan en bewaar in plastic flessen (coca cola). Wanneer de lijm te dik is geworden, vul je de fles met water en schudden voor gelijkmatige verdunning.

Laat maar Zien werkt met de meest gangbare materialen en gereedschappen, zie Materialenlijst. Omdat iedere school op een eigen manier gebruik maakt van de methode is het moeilijk om in de materialenlijst hoeveelheden te vermelden. Hoeveelheden hangen af van de grootte van de school, de grootte van de groepen, frequentie van lessen beeldende vorming, keuze van de lessen. Wil je meer weten? Kijk bij didactiek, materialen en gereedschappen.

Stellen is een echt onderwijswoord en wij gebruiken liever ‘creatief schrijven’. Niet omdat dit nou zo’n mooie woordcombinatie is, maar omdat het duidelijker (dan ‘stellen’) zegt waar het omgaat. Om creativiteit en om schrijven.

Alleen ‘schrijven’ kan ook weer niet. Om verwarring te voorkomen met het vak technisch schrijven, is het begrip ‘creatief schrijven’ handig.

Het is eigenlijk een pleonasme, omdat alle schrijven, ook het zogenaamde ‘zakelijk’ schrijven, creatief schrijven is. Aan alle vormen van schrijven, welk doel het ook heeft, ligt een creatief proces ten grondslag. Er moet iets ‘nieuws’ geformuleerd worden, iets dat er daarvoor nog niet was en de schrijver onderzoekt hoe hij dat het beste kan doen, zodat het doel van zijn tekst bereikt kan worden. 

Het proces van verbeelden speelt overigens niet alleen een rol bij creatief schrijven en de creatieve vakken, maar bij alle vakken die op school onderwezen worden. Fictio verwijst in de eerste plaats naar de activiteit fingere, dat wil zeggen naar construeren, modelleren, tot uitdrukking brengen, uitwerken, presenteren, kunstzinnig vormgeven; concipiëren, bedenken, verbeelden, veronderstellen, plannen, ontwerpen, uitvinden. Ten tweede verwijst het naar het product van deze activiteiten; de fictieve veronderstelling, verdichting, creatie, de verbeelde zaak.(J.Gray, 2013)

Door de verbeelding een plek te geven in het onderwijs en er tijd aan te besteden, stimuleer je de denkkracht van kinderen en hun oplossend vermogen.

Creatief schrijfonderwijs is ook literatuureducatie. Dat is de link met cultuureducatie.

In de methode Laat maar Lezen worden voorbeelden uit de kinderliteratuur gebruikt om kinderen inzicht te geven in tekstsoorten en verhalende technieken (zie: ‘verhaalpicto’s’). Lezen van kinderliteratuur heeft een positieve invloed op de schrijfvaardigheid en omgekeerd is er ook een positieve werking.

In twee onderzoeken vonden we een verband tussen literair lezen en creatief schrijven. Sterke literatuurlezers schreven betere gedichten en verhalen dan zwakke literatuurlezers en omgekeerd: sterke creatieve schrijvers bleken beter in het lezen en interpreteren van literaire teksten dan zwakke schrijvers.(Jansen, T. e.a.) Een gevarieerd aanbod van fragmenten uit deze literatuur ondersteund met visuele beelden brengt kinderen op ideeën om zelf over te na te denken en te schrijven.

Kinderen krijgen meer inzicht in verhalende teksten als jij deze teksten als voorbeeld neemt en analyseert en het levert een bijdrage aan de ontwikkeling van hun literaire competenties. (zie www.lezen.nl) 

Laat maar Lezen is geschikt voor alle groepen van het primair (speciaal) onderwijs en de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs.

De methode besteedt aandacht aan:

schrijven via tekenen
schrijven via krabbelen
schrijven via letterachtige vormen
schrijven via letter-/tekenreeksen
schrijven via spontane spelling
schrijven is ook naschrijven en nastempelen, en typen op de computer (TULE/SLO).

Daarnaast besteedt Laat maar Lezen ook aandacht aan de ontwikkeling van de vertelvaardigheid van de kinderen. Een verhaal vertellen gaat vooraf aan het schrijven van een verhaal. Dat is de natuurlijke ontwikkeling.  Er zijn opdrachten om een verhaal te vertellen, alleen of in een groepje. Schrijvers uit groep 5-6 en 7-8 schrijven het vertelde verhaal voor de kinderen op. ( Zie de les: De Journalist 1 en 2 ).

"Schrijven is in de basisschool (...) een ondergeschoven kindje (Brouwer, 2010). De inspectie constateert dat er in het basisonderwijs veel aandacht besteed wordt aan de vormelijke kant van taal (bijvoorbeeld spellen, grammatica en technisch lezen), maar dat leerkrachten amper aandacht schenken aan het geven van instructies en begeleiding in het schrijven van teksten"
Inspectie van het Onderwijs, 2012, p.7). In: Besselink, E. en N. Brouwer . Didactisch Handelen in het leren schrijven van teksten. In Tijdschrift Taal, jaargang 4, nummer 6.

Met de methode Laat maar lezen geef je instructie over schrijfstrategieën. Er worden algemene en specifieke schrijfstrategieën onderscheiden.

De algemene schrijfstrategieën zijn de strategieën die je gebruikt als je schrijft. Schrijven is een proces dat bestaat uit: plannen – formuleren – reviseren. Dat proces herhaalt zich steeds.  

Laat maar lezen heeft deze fasen voor het basisonderwijs uitgewerkt in vijf fasen:

voorbereiding - schrijven - feedback - reviseren - presenteren

De fase van de voorbereiding is een van de hoofdtaken van het schrijven. Creatief produceren, snel, associatief en onbekritiseerd schrijven. Het voornaamste doel is ideeën opdoen en uitwerken, zonder stil te staan bij tekstuele, stilistische en grammaticale onvolkomenheden. Elbow, P. (1998). Writing with Power. Techniques for Mastering the Writing Process. New York/Oxford: Oxford University Press.

De fasen van het formuleren (schrijven en reviseren op basis van feedback).

Naast de algemene schrijfstrategieën worden er voor het schrijven van verschillende tekstsoorten specifieke schrijfstrategieën ingezet.

Voorbeelden van deze specifieke schrijfstrategieën zijn:

spanning opbouwen
structuur (begin-midden-einde)
vertellen
laten zien
gebruik van beeldspraak
karakterisering
evenwicht in dialoog
ruimte beschrijven
grammatica
spelling
interpunctie
plot
alliteratie gebruiken
aanhef gebruiken
briefhoofd
adressering
titel
alinea’s gebruiken
samenvatten
vergelijkingen maken

Volgens de algemene omschrijving in het Referentiekader moet een leerling voor niveau 1F korte eenvoudige teksten kunnen schrijven over alledaagse onderwerpen uit de directe leefwereld van de schrijver.

Op niveau 2F, het streefniveau voor de basisschool, kan een leerling samenhagende teksten schrijven met een eenvoudige lineaire opbouw, van ver uiteenlopende vertrouwde onderwerpen binnen school, werk en maatschappij. 

Laat maar lezen gebruikt bij de schrijfopdrachten verschillende doelen.

Bij prozateksten (communicatief): beschrijven, instrueren en argumenteren.
Bij poëzie en proza (expressief): boeien, vermaken, ontroeren.
Bij beschrijven gaat het om het beschrijven van gevoelens en/of ervaringen.
Bij instrueren gaat het om het geven van uitleg.
Bij argumenteren gaat het om het geven van argumenten ter ondersteuning van een standpunt.
Bij de expressieve teksten gaat het om het uiten van gevoelens en/of gedachten om de lezer te boeien door hem te vermaken en/of te ontroeren.

Met de methode Laat maar lezen maken de leerlingen kennis met een heleboel verschillende tekstsoorten binnen de genres proza en poëzie. Aan de specifieke kenmerken van deze tekstsoorten wordt in de les aandacht besteed.

Instructiekaarten zijn geplastificeerde A4 tjes met daarop in 8 visuele stappen de uitleg van een bepaalde techniek. In sommige lessen wordt verwezen naar de instructiekaarten (ook wel Bevokaarten genaamd). Ga voor meer informatie naar het item instructiekaarten.

De kwaliteit van de werkstukken hangt van veel factoren af. Je kan jezelf de volgende vragen stellen:
• Wat is het niveau van de kinderen?
• Sluit de les goed aan bij het niveau van de kinderen?
• Sluit de les goed aan bij de belevingswereld van de kinderen?
• Hebben de kinderen al vanaf groep 1 met de procesgerichte didactiek gewerkt?
• Heb ik de verschillende onderdelen goed uitgelegd?
• Heb ik voldoende tijd genomen voor de uitvoering van de les?
• Heb ik de kinderen tijdens de uitvoering gewezen op de eisen van de opdracht?

• fotografeer elk werkstuk afzonderlijk
• zorg voor een egale achtergrond, zet het werkstuk bijv. voor een witte muur
• zorg voor voldoende licht (daglicht)
• bepaal van welke kant je het werkstuk wil fotograferen
Download voor meer informatie: fotograferen_ruimtelijk_werkstuk.pdf

• fotografeer elk werkstuk afzonderlijk
• zorg voor een egale achtergrond, leg het werkstuk bijv. op een groot vel
• zorg voor voldoende licht (daglicht)
• fotografeer het werkstuk recht van voor of van boven
• ondersteun de camera om een zo scherp mogelijke foto te krijgen
Download voor meer informatie: fotograferen_vlak_werkstuk.pdf

Ja, graag zelfs. Wanneer je een les van Laat maar Zien hebt uitgevoerd, kun je de resultaten naar ons toesturen door ze te uploaden via www.wetransfer.com  met als e-mail: redactie@beeldendonderwijs.nl vervolgens krijgt de redactie een mail dat de bestanden gedownload kunnen worden. 

Vermeld altijd de naam en plaats van de school, jouw naam (leerkracht, student)  en de groep. Wanneer de resultaten voldoen aan de opdracht en goed gefotografeerd zijn, kunnen wij ze plaatsen. 

Kijk ook bij: ‘Laat maar Zien Studenten wedstrijd’ en Hoe fotografeer ik een vlak/ruimtelijk werkstuk’.

Elke les moet je zien als een voorstel. Zo kan het, maar het kan ook anders. Leerkrachten passen soms de les aan zodat de activiteit beter aansluit bij het niveau van hun eigen groep. Soms passen ze een les aan omdat een bepaald materiaal niet voorhanden is. Wanneer de resultaten afwijken van de opdracht, dan maken wij daar melding van.

Leerkrachten en Pabostudenten die met Laat maar Zien werken, sturen de resultaten naar ons toe. We vermelden, wanneer bekend, de naam van de leerkracht, basisschool en de groep.

We beschikken over een uitgebreid netwerk. We vragen leerkrachten en studenten om lessen voor ons uit te voeren en hun bevindingen en resultaten met ons te delen.

Op de lespagina, in de rechter kolom kun je de lesbeschrijving terugvinden. Bij een 'oude les' met de knop download lesbeschrijving. Bij een 'nieuwe les' met een link naar een uitgebreide of een beknopte lesbeschijving. In alle gevallen wordt een PDF bestand geopend. Opent het document niet automatisch. Kijk dan bij de 'downloads'.

Soms wordt het pdf bestand niet goed weergegeven. Download dan de nieuwste versie van adobe acrobat reader.

Ga naar het menu-item 'lessen zoeken'. Op deze filterpagina kun je het criterium 'beeldaspecten' aanklikken. Vink vervolgens een of enkele beeldaspecten aan. In de rechterkolom verschijnen alle lessen die aan het criterium voldoen.

Ga naar het menu-item 'lessen zoeken'. Op deze filterpagina kun je het criterium 'materiaal' aanklikken. Vink vervolgens een of enkele van de materialen aan. In de rechterkolom verschijnen alle lessen die aan het criterium voldoen.

Ga naar het menu-item 'lessen zoeken'. Op deze filterpagina kun je het criterium 'feest- en themadagen' aanklikken. Vink vervolgens een of enkele van de feestdagen aan. In de rechterkolom verschijnen alle lessen die aan het criterium voldoen.

Ga naar het menu-item 'lessen zoeken'. Op deze filterpagina kun je het criterium 'taalaspect' aanklikken. Vink vervolgens een of enkele taalaspecten aan. In de rechterkolom verschijnen alle lessen die aan het criterium voldoen.​

Korte lesactiviteiten zijn activiteiten die je met zeer weinig of geen voorbereiding in de klas kunt uitvoeren. Het zijn korte snelle activiteiten gericht op het gezamelijk kijken met kinderen. Er zijn zowel voor het jonge kind (groep 1 t/m 4) als voor het oude kind (groep 4 t/m 8), 40 activiteiten beschikbaar.

Laat maar Lezen gebruikt 2 soorten pictogrammen: de inhoudelijke verhaalpicto’s en de procesgerichte schrijfpicto’s. De verhaalpicto’s zijn gebaseerd op de elementen die een belangrijke rol spelen in een verhaal.

Personages: wie?
Thema, onderwerp: wat?
Plaats of ruimte: waar?
Tijd: wanneer?
Climax of hoogtepunt: trap
Dit laatste pictogram wordt ook gebruikt voor het begrip 'spanning'.

Ook zijn er verhaalpicto’s voor de structuur van een verhaal.


Begin: ‘groen”
Midden: ‘oranje
Slot of einde: ‘rood’

Laat maar Lezen gebruikt 2 soorten pictogrammen: de inhoudelijke verhaalpicto’s en de procesgerichte schrijfpicto’s. 

De schrijfpicto's volgen de vijf verschillende schrijffasen: 

Voorbereiding:
-Picto mindmap/brainstorm
-Picto mondeling overleg/samenpraten
-Picto beschouwing

Schrijven:
-Picto klad

Feedback:
-Picto feedback

Reviseren:
-Picto net

Presenteren:
-Picto: laat maar lezen/presentatie

De digibord projectie start je op als je een les gaat geven. In deze projectie staan alle afbeeldingen die je bij de les kunt gebruiken, maar ook kijkvragen, de opdracht en vragen voor de nabeschouwing. Middels de tabs kun je direct doorklikken naar een van de lesfasen:

-de introductie
De introductie bevat afbeeldingen om de kinderen warm te maken voor het onderwerp en ze na te laten denken over de betekenis.

-de informatie
Tijdens de informatiefase worden beelden en teksten getoond om kinderen informatie te geven over de beeld- of taalaspecten.

-de instructie
Voor de instructiefase gebruik je techniekstappen of pictogrammen om het proces in stappen uit te leggen.

-variaties
Soms bevat de digibord projectie ook afbeeldingen om kinderen te wijzen op variaties in het gebruik van beeldaspecten of technieken. 

-de uitdaging
Hier wordt de opdracht beschreven.

-terugkijken
Voor de nabeschouwing zijn een aantal vragen opgenomen.

-inspiratie
Soms bevat de digibord projectie resultaten van de les die door kinderen zijn gemaakt.

-alles in een
Alle afbeeldingen in de digibord projectie worden bij de 'alles in een-knop' in een slideshow weergegeven. Heel handig als de kinderen aan het werk zijn. Ze kunnen dan steeds even naar de afbeeldingen kijken.

Terug naar boven
© 2017 Stichting Beeldend Onderwijs

Van werken van beeldend kunstenaars aangesloten bij een CISAC-organisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © c/o Pictoright Amsterdam 2012